eigen_frontfoto

Call groene warmte

Biogasinstallaties die groene warmte produceren met een minimaal vermogen, of een uitbreiding, van meer dan 300 kWth en hoogstens 1MWhth komen in aanmerking voor een investeringssubsidie. Biogasinstallaties kunnen een aanvraag indienen onder de call groene warmte, indien de warmte wordt gebruikt voor een economisch aantoonbare vraag. Jaarlijks wordt minstens één call georganiseerd, met een maximum bedrag van 1 miljoen euro per project. Het gevraagde bedrag zijn de extra investeringskosten van de installatie ten opzichte van de investeringskosten van een referentie-installatie zonder de exploitatiekosten en –baten in rekening te nemen.

Het groenewarmte-project moet aan een aantal voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor de investeringssteun:

  • de interne opbrengstvoet (IRR) van het project is lager dan 15%;
  • de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria;
  • de aanvraag wordt gestaafd met een uitgebreide dimensioneringsstudie;
  • de beheerder volgt bij de ingebruikname van de installatie een opleiding op maat om de installatie uit te baten ;
  • de emissies worden bij ingebruikname van de installatie gemeten.

Bij de aanvraag van investeringssteun voor een nuttige-groenewarmte-installatie, zal een minimaal productieniveau gegarandeerd moeten worden door de indiener. Concreet moeten installaties bij de prinicipeaanvraag een minimale productiehoeveelheid opgeven voor de eerste tien jaar na indienstname. Indien na tien jaar het beoogde productieniveau niet behaald wordt, wordt de toegekende steun teruggevorderd in verhouding met het tekort aan groene warmte. Niet alleen de minimale productie is een belangrijke vereiste, ook de verwachte CO2-besparing is doorslaggevend voor de toekenning van een subsidie. De CO2-besparing wordt berekend door de minimale productie over vijftien jaar te vermenigvuldigen met een standaard conversiefactor van 182,37 ton CO2/GWh.

Ingediende projecten worden gerangschikt op basis van hun kostenefficiëntie en hun CO2-efficiëntie. De kostenefficiëntie is gebaseerd op de hoogte van het gevraagde steunpercentage. De aangevraagde steun wordt, samen met via andere kanalen verkregen steun, uitgedrukt in een totaal steunpercentage van de in aanmerking komende kosten. De CO2-efficiëntie wordt berekend door de verkregen CO2-besparing te delen door de in aanmerking komende kosten. Op die manier wordt de CO2-besparing per geïnvesteerde euro berekend. De best scorende projecten komen eerder in aanmerking voor de steuntoekenning (overzicht).

Indien er meer dan één ontvankelijk project is ingediend, komen van alle ontvankelijke projecten de 10% projecten met het laagste puntentotaal en in ieder geval het project met het laagste puntentotaal niet in aanmerking voor steun. De projecten die wel in aanmerking komen voor steun met het hoogste puntentotaal, worden gesteund tot het budget is opgebruikt.

Het totale steunbedrag is afhankelijk van de grootte van de onderneming, maar is nooit meer dan 65% van de in aanmerking komende kosten (extra investeringskosten tov een referentie-installatie):

  • 65% van de in aanmerking komende kosten voor kleine ondernemingen
  • 55% van de in aanmerking komende kosten voor middelgrote ondernemingen
  • 45% van de in aanmerking komende kosten voor grote ondernemingen
  • 65% van de in aanmerking komende kosten voor andere aanvragers

Geselecteerde projecten zijn verplicht een bankwaarborg te stellen ten gunste van het Vlaamse Gewest. De bankwaarborg bedraagt 7,5% van het steunbedrag. Met deze maatregel hoopt de Vlaamse Overheid te vermijden dat goedgekeurde dossier niet worden gerealiseerd.

Call biomethaan

De investeringssubsidie voor de productie van biomethaan voor installaties in Vlaanderen zal verdwijnen in 2022. In het Warmteplan 2025 wordt aangekondigd dat er geen steun meer zal worden toegekend voor de productie of gebruik van biomethaan in Vlaanderen. 

Meer info: www.energiesparen.be > call groene warmte > aanvraagprocedure

 

Datum